Keedie
×
Keedie Keedie
In de reeks: Een soort vonk ; #0.5
Nederlands
© 2025
Vanaf 9-11 jaar
Keedie en Nina zijn een tweeling, maar hoe ouder ze worden, hoe meer ze uit elkaar lijken te groeien. Keedie trekt steeds meer naar hun stille, jongere zusje Addie. Ze heeft de neiging om haar voortdurend in bescherming te nemen. Addie lijkt volstrekt het tegenovergestelde te zijn van de luidruchtige, felle Keedie, maar ze blijken veel meer gemeen te hebben dan iedereen denkt.Keedie is de zus die …

Keedie en Nina zijn een tweeling, maar hoe ouder ze worden, hoe meer ze uit elkaar lijken te groeien. Keedie trekt steeds meer naar hun stille, jongere zusje Addie. Ze heeft de neiging om haar voortdurend in bescherming te nemen.
Addie lijkt volstrekt het tegenovergestelde te zijn van de luidruchtige, felle Keedie, maar ze blijken veel meer gemeen te hebben dan iedereen denkt.
Keedie is de zus die je iedereen toewenst. Recht voor z’n raap, altijd verrassend en trouw tot op het bot. Iemand die je altijd het gevoel zal geven dat je mag zijn wie je bent.

Keedie speelt vijf jaar voor het enthousiast ontvangen Een soort vonk, maar is ook los te lezen.

Titel Keedie
Auteur Elle McNicoll
Taal Nederlands, Engels
Oorspr. taal Engels
Oorspr. titel Keedie
Uitgever Rotterdam: Lemniscaat, © 2025
176 p.
Aantekening Prequel bij Een soort vonk
ISBN 9789047716969

Pluizer

Keedie
Lieve Raymaekers - 21 mei 2025

Keedie en Nina mogen tweelingzussen zijn, ze groeien steeds meer uit elkaar. Nina doet er alles aan om bij de groep te horen, ook wanneer de groep aan het pesten slaat. Keedie daarentegen heeft over alles een eigen, uitgesproken mening, en steekt die ook niet onder stoelen of banken. Op school neemt ze de verdediging van de slachtoffers op zich, thuis haalt ze werkelijk alles uit de kast om haar jongere zusje Adeline te helpen.



Keedie is een prequel op Een soort vonk van Elle McNicoll uit 2020, maar kan perfect los daarvan gelezen worden. Met dat debuut wilde de Schotse auteur meer representatie van neurodiverse personen in jeugdliteratuur bewerkstelligen, en dat heeft ze ook in haar volgende boeken verdergezet. Dat is zonder meer een nobel streven, maar niet voldoende voor een goed verhaal. Om de paar bladzijden valt het woord autisme, aan de lopende band legt het hoofdpersonage uit hoe zij zich voelt en de wereld ervaart. En dat beschrijft ze in lange vergelijkingen die het niet altijd makkelijk maken voor de lezer om haar te begrijpen, terwijl dat toch juist de bedoeling is. Een voorproefje: “Je moet de cartograaf zijn van je eigen hart. Het allemaal in beeld brengen. De rotsen waarop je te pletter kunt slaan, de rivieren met hun verraderlijke stromingen. Alleen zo kun je het gevaar omzeilen en leren de juiste afslagen te nemen. Dan weet je welke bruggen kunnen inzakken, welke grotten te donker zijn, maar ook op welke veldjes je tot rust kunt komen.”